Tussen 11 en 14 juni 2026 trokken een recordaantal van tweeëndertig akkervogel liefhebbers het landbouwgebied in voor het jaarlijkse akkervogeltelweekend Kiek’n Gors Leemstreek. Dit initiatief vond reeds voor de elfde maal plaats en werd georganiseerd door vzw Veldwerk in samenwerking met Werkgroep Grauwe Gors.
De missie: via een meetnet van meer dan 200 telpunten een gebiedsdekkende telling uitvoeren waarbij alle vogels en zoogdieren die een binding hebben met het open en halfopen landbouwlandschap, in kaart brengen.
Simultaan wordt er gekeken naar de reeds in kaart gebrachte en mogelijke nieuwe territoria van grauwe gors. Waar nodig trachten we de broedfase zo exact mogelijk te bepalen en zetten we, waar nodig, gerichte beschermingacties op.
Op donderdagavond ontvingen we de eerste deelnemers. Een fijn weerzien of aangename eerste kennismaking. Onze elfde editie trok heel wat vers en jeugdig bloed. Naast de gevestigde waarden met de nodige kennis en ervaring, een flinke opsteker en hoopgevend voor de toekomst! Met de nodige pizza’s verliep de eerste briefing van het weekend vlot. We bekeken wie waarheen zou trekken en met zo'n aantal deelnemers was het dit jaar een relatief makkelijke puzzel om te leggen.

Voorafgaand aan het weekend stonden er reeds meer dan 80 territoria op kaart. Dankzij de nestbeschermingsopdracht die VZW Veldwerk voor het ANB reeds het derde jaar op rij uitvoert, hebben we tijdens het Kiek’n Gors weekend een goed gestoffeerde kaart ter beschikking voor de deelnemers. Deze digitale kaart toont hen de reeds gekende territoria, aanvullende info en relevante percelen zoals bijvoorbeeld beheerovereenkomsten.

Na een intensieve telochtend in druilerige omstandigheden namen we uitgebreid de tijd om te lunchen. Met de hoofden wat te hebben geleegd en gevulde maag was het tijd voor een eerste heuse ‘workshop grauwe gors’. Dit initiatief ontsproot uit het idee om ook de deelnemers en vrijwilligers te betrekken bij onderzoeksvragen en ideeën die eerder vooral intern worden bekeken. Kennisuitwisseling (het woord zegt het zelf) komt namelijk van twee kanten.
De deelnemers beoordeelden 6 grote onderzoeksthema's op drie criteria: Urgentie (beleid/beheer), haalbaarheid (voor de vzw en vrijwilligers) en engagement (persoonlijke bereidheid om mee te helpen). Elke deelnemer kreeg twee stemmen per categorie en verdeelde zijn stemmen over volgende thema’s.
Als speerpunten kwamen thema 5 (Effectiviteit van instrumenten) en thema 6 (Ecologische vallen) duidelijk naar voren. Ze scoren het hoogst op zowel urgentie, haalbaarheid als engagement. Complex onderzoek naar de migratie en de overleving van juvenielen (Thema 1 en 4) wordt inhoudelijk wel als urgent gezien, maar scoort erg laag op haalbaarheid en engagement. Het wordt als belangrijk aanzien voor de grauwe gors.


Op basis van de discussies en de specifieke voorkeur (de donkergroen gemarkeerde acties in de tabel) kunnen we volgende prioriteiten vooropstellen:
Quick Wins
Doelen voor langere termijn
Lien Van Crombrugge, student bij PXL Hasselt had het over haar stage bij RLHV op twee ringmus kolonies te Heisselt (Limburg) en nabij Geel (Antwerpen). Waarbij ze heeft gekeken naar het ruimtegebruik en (on-) gunstige elementen in kaart heeft gebracht.
Karel Vandemeulebroecke van Natagriwal had het over de Waalse compensatiemaatregelen, tegenhanger van de Vlaamse beheerovereenkomsten. De uitdagingen en de toepassing van verschillende maatregelen met elk hun eigen voorbestemming.

Heuse telmarathon!
Tijdens het weekend werden er uiteraard vooral akkervogels geteld en grauwe gorzen gezocht. Met een set van maar liefst 200 punten, is het telkens een huzarenstukje om deze puntenset geteld te krijgen. Enkele extra handen oftewel ogen waren dus zeer welkom. Met in totaal 32 deelnemers slaagden we erin om de 202 punten aan vlaamse zijde van de oostelijke leemstreek geteld te krijgen. Sterker nog, we telden ook nog een flink deel punten aan Waalse zijde. Het betrof hier uitsluitend gorzenpunten, er werd niet afzonderlijk gescand naar kiekendieven. Wel werden deze opgepikt tijdens de telrondes en, waar relevant, gevolgd.
Telweekend in enkele cijfers:



Meest waargenomen soort
Als we inzoomen op de meest waargenomen soort, de veldleeuwerik, met in totaal 645 waarnemingen, dan zien we een duidelijke verschuiving in gedrag die kan gerelateerd worden aan de stijgende zon en bijhorende temperatuur.
Het hoofddoel van het Kiek’n Gors weekend blijft natuurlijk het inventariseren van de nog broedende grauwe gorzen in de oostelijke leemstreek. Daarbij is dergelijke inventarisatie van grote meerwaarde. Kiek’n Gors lijkt nog steeds plaats te vinden tijdens de broedpiek van de soort. Hoewel het seizoen 2026 iets voor leek te liggen op schema, er zaten namelijk al flink wat vrouwtjes op het nest, resulteerde het telweekend toch in enkele nieuwe territoria en in sommige gevallen werd zelfs nestbouw vastgesteld. Het is van groot belang dat de nestlocatie, indien mogelijk, vanop veilige afstand zo exact mogelijk wordt bepaald. Dit stelt ons in de mogelijkheid om bescherming te bieden waar nodig. Door, naast de tellingen, in te zoomen op de territoria werden heel wat in kaart gebrachte territoria ofwel bevestigd ofwel op actuele broedfase gebracht. Na het weekend telden we ruim 90 voorlopige territoria, waar er voor het weekend reeds 80 voorlopige territoria waren gekend.
Het broedseizoen van 2026 kwam snel op gang met enkele vroege legsels. Mede door het Kiek’n Gors-initiatief konden we diverse broedpogingen valideren; door het observeren van voedselvluchten en uitgevlogen jongen nabij gekende nestlocaties, konden we in meerdere gevallen een geslaagd broedsucces documenteren.

Er werden ook verschillende koppels op ‘nest in jongenfase’ gebracht. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers en professionals, die na of tijdens hun telronde ruim de tijd namen om het gedrag van sommige individuen nauwlettend op te volgen.

Erwt
Daarnaast bleken er traditiegetrouw ook enkelen te vertoeven in erwt. Onder andere diepvrieserwten (voor menselijke consumptie) zijn een ware catastrofe voor grondbroeders in agrarisch gebied! Het aantal broedpaartjes van soorten als gele kwikstaart en veldleeuwerik in erwtpercelen is niet bij te houden. Gezien het ook een teelt is wat slechts 60 dagen op het veld staat vooraleer het kan geoogst worden maakt dat dit een ramp is voor alle nesten die hierin worden gemaakt. en het zijn er veel. rond deze periode werden er heel wat territoria waargenomen in en nabij erwt percelen. De vraag is of dergelijke teelten nog wel een plaats hebben in kerngebied akkervogels en waar die bedenkelijke titel nu werkelijk voor staat…
Wat grauwe gors betreft was het wederom prijs voor enkele territoria. Dat er nesten werden vernield is zo goed als zeker, hoewel er met man en macht is gekeken en gezocht konden we enkele territoria niet vrijwaren. Dat bepaalde afspraken niet werden nageleefd hielp natuurlijk ook niet. Men kon wel zien dat de rijping snel liep en dat verschillende percelen vroeger zouden worden geoogst dan initieel gecommuniceerd…
Wat maakt erwt nu zo aantrekkelijk? Het gewas heeft een ondoordringbaar karakter en dus wordt dit als zeer veilig aanzien voor grondbroeders klein genoeg om zich een baan te wurmen naar en van hun nest. Daarbij heeft het in eerste fase nog een redelijk open structuur waardoor grondbroeders aangetrokken worden. Eens het gewas vruchten begint te dragen, is het zo een kluwen dat er geen predator door kan. Resultaat veel broedpaartjes komen hier maar al te graag broeden maar tegen dat zij jongen in het nest hebben zitten worden ze uitgemaaid.
Opvallende waarnemingen
Er werden tijdens het weekend in totaal 69 verschillende vogelsoorten gezien.
Opvallend waren drie grauwe kiekendieven, op basis van de waarnemingen en de beschrijving zou het hier om drie verschillende individuen gaan. Alledrie tweede kalenderjaar vogels waarbij er kenmerken van zowel juveniel als volwassen vogels waarneembaar zijn. Gezien de periode te verwachten want kiekendieven ruien namelijk doorgaans tussen april en oktober. Onderlinge verschillen kunnen echter groot zijn.
Een derde vogel, ditmaal tweede kalenderjaar vrouwtje, werd gezien op 13 juni, ook in de regio bij Rutten. Overzomerende exemplaren zijn niet uitzonderlijk, maar veel tweede kalenderjaar vogels brengen hun eerste zomer door in Afrika. Dat er dan nog drie verschillende individuen opduiken in hetzelfde weekend en op zich niet zo heel ver van elkaar, mogen we best bijzonder noemen. Alvast hoopvol voor de toekomst want het is geweten dat er geprospecteerd wordt door jonge vogels die volgend jaar als alles goed gaat voor het eerst zullen broeden.


Het viel reeds op tijdens tellingen en waarnemingen uit het veld voorafgaand aan Kiek’n Gors. Het weekend (met 56 waarnemingen), samen met observaties tijdens het resterende deel van het broedseizoen, bevestigden dit. Het is een kwarteljaar. Althans wat zingende mannetjes betreft. Hoe het hen is vergaan is moeilijk te zeggen. De graanoogst, die dit jaar een stuk vroeger kwam dan ‘gemiddeld genomen’, zou weleens minder goed nieuws kunnen zijn voor deze prachtige en uiterst schuwe hoenderachtige.
Nog het vermelden waard, de waarneming van enkele ringmussen op het plateau van Outgaarden. Daar vonden enkele tellers een groepje ringmussen foeragerend op ingekuilde maïs. Eerdere waarnemingen op de bijvoederplaats voor oa grauwe gors in de onmiddellijke omgeving doen sterk vermoeden dat er nog een broedpopulatie in de buurt aanwezig is. Hierover later misschien meer.

Op zich geen ‘bijzondere soort’ toch, maar toch. In de oostelijke leemstreek klinkt het eindeloze getierelier nog als vanouds boven de velden van de uitgestrekte kouters die deze regio kenmerkt. Maar ook de veldleeuwerik is intussen in grote delen van Vlaanderen nog slechts een herinnering en komt enkel nog anekdotisch ter sprake. Ondanks er reeds vele (al dan niet lokale) initiatieven zijn rond de bescherming van akker- en weidevogels. Zijn initiatieven rond de veldleeuwerik in Vlaanderen eerder beperkt. Met Plan Leeuwerik in Bilzen is er alvast een meerjarige monitoring die het aantal zangposten en overwinteraars nauwkeurig documenteert. Maar hoe zit het met hun broedsucces en vinden ze nog voldoende voedsel? Dit en meer zouden we graag verder onderzoeken vooraleer we ook hier gaan juichen wanneer we nog eens eentje verticaal zien opstijgen.

De elfde editie van 'Kiek’n Gors Leemstreek' was meer dan een succesvolle telmarathon; het was een krachtig statement voor het behoud van onze akkervogels. Met een recordaantal van 32 gedreven deelnemers en 2360 geregistreerde waarnemingen hebben we niet alleen het broedseizoen en heel wat broedgevallen van de grauwe gors in kaart gebracht, maar ook waardevolle inzichten vergaard over soorten als de veldleeuwerik. De opkomst van een nieuwe generatie natuurliefhebbers en de gedeelde expertise tijdens de workshop stemmen hoopvol voor de toekomst.
Hoewel de uitdagingen in het agrarisch landschap — van ecologische vallen in gewassen zoals erwt tot de noodzaak voor een duurzamere landschapsvisie — aanzienlijk blijven, onderstreept dit verslag dat we niet stilzitten. Door kennis te delen, in te zetten op gerichte advies en blijvend te wegen op het beleid, bouwen we gestaag aan een omgeving waar akkervogels weer kansen krijgen.
Wij willen onze oprechte dank uitspreken aan iedereen die dit evenement mogelijk heeft gemaakt. Dank aan het Agentschap voor Natuur en Bos voor het faciliteren van dit weekend. Een bijzonder woord van dank gaat uit naar al onze vrijwilligers; zonder jullie passie, ogen in het veld en onvermoeibare inzet zouden dergelijke initiatieven simpelweg niet mogelijk zijn.
In samenwerking met:
